Vrijzinnige Geloofsgemeenschap
Hattem

 

Anne van der Meiden viert 80e verjaardag in Hattem

 

 

 Vrijzinnig? Nieuws Diensten Diensten Contact! Recensies Het goede doel Links Terug

 

  

   

  

 

De Recensie van de Leek

De Bijbel als mythe

(opgravingen vertellen een ander verhaal)

Auteurs: Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman

Uitgeverij Synthese

ISBN 978 90 6271 951 8

De achterkant van het boek:

Zoekend naar het gelijk van de bijbel vonden 2 joodse archeologen een andere werkelijkheid. Finkelstein en Silberman hebben een fascinerend boek geschreven naar aanleiding van het meest recente archeologische onderzoek naar de vroege geschiedenis, zoals wij die kennen uit de bijbel. Het was niet de bedoeling om de betrouwbaarheid van de bijbelteksten te testen, maar om de verhouding tussen die teksten en de archeologische vondsten in het juiste licht te plaatsen. Finkelstein en Silberman laten het verhaal zien dat de stenen vertellen; maar dat is wel een ander verhaal dan we in het Oude Testament aantreffen.

Dit boek laat zien dat de nakomelingen van David de geschiedenis herschreven vanuit politieke en ideolo9gische overwegingen. De restanten die in de bodem werden aangetroffen vertellen het werkelijke verhaal. Wars van enige sensatie beschrijven Finkelstein en Silberman hoe bijbelse fictie en historische werkelijkheid met elkaar verweven raakten.

Fascinerend is het boek zeker voor wie (nog) niet goed thuis is in de ontstaansgeschiedenis van de Bijbel en met name die van het Oude Testament. (want daarover gaat het uitsluitend in dit boek).

Dat de verhalen over de aartsvaders merendeel fictie waren, mooie mythen, dat kan je op je vingers natellen, maar de er archeologisch geen enkel bewijs is voor de uittocht uit Egypte , ja dat zelf de tempel van Salomo nooit heeft bestaan, dat was nieuw voor mij.

Dat is niet alleen het resultaat van jarenlang graven en spitten,maar ook van de bestudering van geschriften uit aanpalende culturen (bijvoorbeeld Babylonische kleitabletten en hiërogliefen in Egypte), en van paleo-demografisch onderzoek.

Het blijkt dat in de tijd van David en Salomo Jeruzalem maar een heel klein hoofdstadje was van een dan tamelijk onbetekenend rijkje, Judea. Het werkelijke centrum van de macht (en van de economie) lag in het oude Israël, ten noorden van Judea.

Er is dan wel geen reden om te twijfelen aan de koningslijsten die in de Bijbel opgesomd zijn, en zelfs nauwelijks aan de daarbijbehorende jaartallen, maar wel aan het belang dat David en Salomo hadden en aan de status van hun koninkrijk. Rond de 7e eeuw voor Christus zijn die verhalen vanuit het perspectief van Judea, dat heel lang het armetierige broertje van Israël was geweest, herschreven en vooral verfraaid, om dat toen eindelijk  Judea het een beetje voor het zeggen begon te krijgen.

Dat blijkt bijv. ook uit het verslag van de verovering van Kanaan na de tocht door de woestijn. Jozua verwoest de steden die toen in de 7e eeuw de grenssteden van Israël waren! (en die in de voor-davidische tijd helemaal niet of nog nauwelijks bestonden!)

Voor de tempel van Salomo is dus geen enkel bewijs te vinden en de zogenaamde stallen van Salomo in Megiddo zijn honderden jaren later gebouwd.

Zo staat het boek vol met voorbeelden van enerzijds gebrek aan vondsten en anderzijds een overvloed aan vondsten die een hele andere interpretatie aan het verhaal geven.

Het aardige van het boek is dat de auteurs ondanks hun uiterst kritische houding over de vondsten en de “ondergraving” van de bijbel die daar het gevolg van is, zou buitengewoon liefdevol spreken over de bijbel als boek, als literaire neerslag van de geschiedenis van een volk, en als een boek vol wijsheden en verhalen die er ook vandaag de dag nog toe doen.

In die zin ondergraven zij niets van de waarde van het oude Testament voor de lezer van vandaag.

 

Reinier Katgert

 


“Misquoting Jesus”

door: Bart D. Ehrman 2005.

Uitg.: Harper San Francisco

ISBN 978-0-06-0738174

Bij een kennis lag dit boek op tafel, en ik werd er meteen nieuwsgierig naar.

Op de achterflap staat (mijn vertaling):

Misquoting Jesus is een fascinerend verhaal over de kopiisten die de Griekse manuscripten van het Nieuwe Testament schreven; over de geleerden die deze duizenden manuscripten gebruikten om de beste teksten vast te stellen en over bijbelvertalers die hun  werk gebruiken om de moderne hedendaagse vertalingen te maken.

Het5 is inderdaad een fascinerend boekgeschreven door iemand die uit de ultra conservatieve christelijke hoek komt. In zijn Episcopaalse gemeenschap was de Bijbel het door God gedicteerde letterlijke heilige woord, waar absoluut niet aan getornd kon worden. Hij ging naar een oerconservatieve theologische opleiding, maar heel langzaam kwam bij hem het vraagteken te staan bij de vraag: hoe zien die oorspronkelijk teksten er dan eigenlijk uit, die zouden dan allemaal hetzelfde moeten zijn…….

Hij begint Hebreeuws Latijn en Grieks te leren en ontdekt zo de ontstaansgeschiedenis van wat wij nu de Bijbel noemen. En zo ontdekt hij ook dat het volstrek duidelijk is dat sommige teksten helemaal niet in de Bijbel horen!

 Eerst vertelt hij het verhaal hoe de eerste versie s van de evangeliën werden overgeschreven door amateurs, gewoon mensen die konden schrijven, een boek in handen kregen en het ook zelf wel wilden hebben. Pas na een paar honderd jaar ontstonden er de eerste (beperkte) scriptoria waarin systematisch boeken werden gekopieerd. De kopiisten werden daardoor ook steeds professioneler.

 En dat professionele kopiëren is doorgegaan tot de uitvinding van de boekdrukkunst. Maar soms ging dat kopiëren even niet zo professioneel.

In de oudste Griese versie van het nieuwe testament komt het verhaal van de overspelige vrouw (wie zonder zonden is werpe de eerste steen) (Joh. 7:52 – 8:12) helemaal niet voor. Het is een prachtig verhaal, waarschijnlijk uit de mondelinge traditie die er ook rond Jezus heeft bestaan, maar het is waarschijnlijk eerst een aantekening in de kantlijn geweest door een monnik die het verhaal kende en en bij schreef. Later is die “glosse gekopieerd door anderen maar op veel verschillende plekken. Het komt in andere handschriften voor na Joh. 21:25 en ook wel na Lukas 21:38.

De woorden die erin worden gebruikt komen nergens anders in het evangelie voor, de zinsbouw klop van geen kant en een ding is duidelijk: Johannes heeft het niet geschreven.

 Zo geeft hij tal van voorbeelden van verzen in de Bijbel die alleen maar veel later toevoegingen kunnen zijn. Bijvoorbeeld Lucas 22: 43-44 over Jezus bij wie het angstzweet uitbreek in de hof van Gethsemane. Ook dat verhaal wordt verteld met woorden die in het evangelie verder niet voorkomen, maar nog belangrijker is: het hele verhaal heeft een zgn. chiasmische structuur: Dit betekent dat de volgorde van de woorden en handelingen in de scène eerst wordt gegeven en vervolgens wordt omgedraaid: a-b-c-d-c-b-a. Daar past het bloedzweten helemaal niet tussen het is duidelijk een Fremdkörper van later datum.

 Naast deze duidelijke voorbeelden vertelt hij de geschiedenis van het kritische Bijbelonderzoek. Zo blijkt dat de officiële Engels Bijbel geheel gebaseerd is op een vertaling die Erasmus heeft laten drukken in het begin van de 16e eeuws. Helaas gebruikte Erasmus een Grieks handschrift dat nu als absoluut inferieur wordt beschouwd en daar waar hij er niet uitkwam vertaalde hij de Latijnse versie maar terug in het Grieks!

 Hij vertelt ook over de tekstuitgaven met Hebreeuwse, Latijnse en Griekse versies in kolommen naast elkaar ( in de 17e eeuw al), waardoor er enorme lijsten van duizenden verschillen konden worden opgesteld  (en wat was nu de ware tekst?).

 Ook verklaart hij waarom allerlei wijzigingen inde teksten werden aangebracht: slordigheden; wijzigingen om de gnostische kritiek te weerleggen; wijzigingen om de kritiek van heidenen te weerleggen; wijzigingen om de kritiek van ander ketters te weerleggen (bijv. va de Arianen) en zo meer.

 Kortom, voor de geïnteresseerde leek een uiterst boeiend boek om te lezen, en nog makkelijk geschreven ook.

Dat Ehrman het geloof van zijn vaderen achter zich heeft gelaten moge duidelijk zijn.

 Reinier Katgert

 

 

Boek: de Naardense Bijbel.

vertaald door: Piet Oussoren

Uitg.: Skandalon & Plantijn

ISBN: 90 76564 12 4

 Dat staat eigenlijk wel vreemd: de recensie van de leek over de Bijbel….., maar toch moet het maar even, omdat het hier niet zozeer gaat om de inhoud van de Bijbel, maar over de vertaling. Eind 2004 kwam de inmiddels beroemde nieuwe vertaling van de Bijbel van het NBG uit., waaraan honderden geleerden, dichters en schrijvers hadden meegewerkt. Alom bejubeld (hier en daar verguisd) en zelfs  Boek van het Jaar geweest in de verkiezing van de NS.Wat veel minder de aandacht kreeg was de verschijning tezelfdertijd van de Naardense Bijbel, het monnikenwerk van Pieter Oussoren, die de Bijbel op zijn geheel eigen wijze had vertaald, door zo dicht mogelijk bij de grondtekst te blijven.In de officiële recensies daarover werd de kracht van de taal geroemd, eenvoudig, dichterlijk en van een heel eigen ritme en kracht. Maarten ’t Hart was er lyrisch over.

 Een poos geleden kreeg ik er een foldertje over en daarin stond als voorbeeld de tekst van het scheppingsverhaal, ik was zeer onder de indruk, maar ja, het is wel een uitgave (67 euro!), dus dat doe je als leek maar niet meteen. Toch moest ik er een kopen , want onze voorgangers hadden er om gevraagd; Theo Somsen gebruikte hem, Aart van Lunteren wilde er uit lezen, maar we hadden hem nog niet, dus als Bestuur van de afdeling besloten we er een aan te schaffen voor de predikanten, voor “op de kansel”, om het zo maar eens te zeggen.

Ik ben er thuis maar in gaan lezen en was meteen verkocht! Dit is zo anders, zo mooi, zo poëtisch, met zo’n zeggingskracht dat de hele nieuwe vertaling er bij verbleekt!  Iemand had me al verteld dat zijn vrouw hem aangeschaft had, en dat hij er spontaan in was gaan lezen en het prachtig vond. Die ervaring deel ik, en ik heb er meteen zelf ook maar een gekocht.

Als voorbeeld geef ik hier een stuk uit Genesis 1 in de vertaling van Oussoren:

 

Sinds het begin is God schepper,-

van de hemelen en de aarde.

De aarde

is woestheid en warboel geweest,

met duisternis op het aanschijn 

 van de oervloed,-

maar de adem van Dod reeds

wervelend over het aanschijn van het water.

Dan zegt God: kome er licht!-

er er kómt licht.

God ziet het licht aan: ja, het is goed!

Zo brengt God scheiding aan

tussen het licht en de duisternis.

God roept tot het licht ‘dag’

en tot het duister heeft hij geroepen ‘nacht’;

er komt een avond en er komt een ochtend:

 één dag.

 

Dit is heel iets anders dan in de normale vertaling.

De kracht zit vooral ook in de ritmiek van de strofen; hij heeft de strofen van de oorspronkelijke tekst aangehouden, waardoor die vreselijk tekstblokken uit de officiële vertaling zijn verdwenen. Dat leest beduidend gemakkelijker en maakt het veel poëtischer. Dit geldt in haast nog sterkere mate voor zijn hertaling van de psalmen. Ik zocht meteen naar het begin van Psalm 103, de psalm waarmee mijn grootvader altijd de maaltijd besloot als wij bij hem waren (het is zo ongeveer het enige stukje uit de bijbel dat ik daardoor uit mijn hoofd ken).

 In de Naardense klinkt het zo:

 

Zégen, mijn ziel, de Éne,

al wat in mij is:

zijn héilige náam!

 

Zégen, mijn ziel, de Éne,

en vergeet nóoit

al wat hij volbréngt!-

 

die vergévend is voor al je ónrecht,

die genézend is

voor ál je zíekten

 

die verlost uit de gróeve je léven,

die je omkranst

met vríendschap én ontférming;

 

die verzadigt met het góede

  je verlángen,

nieuw wordt als de árend je jéugd.

 

Doende met geréchtigheden is de Éne,

en met réchten

voor alle verdrúkten.

 

Ik vind het prachtig; het nodigt uit om hardop gelezen te worden met die uitspraak-accenten!!  En vooruit nog eentje dan: het begin van het Johannes-evangelie.

 

Sinds het begin

is er het spreken;

ja God zelf is dat spreken;

het is er sinds het begin,

God zo nabij;

alles geschiedt daardoor

en buiten dat om

geschiedt er niet een ding

dat is geschied.

Daardoor is er leven,

en dat leven is

het licht der mensen;

het licht schijnt in de duisternis;

de duisternis heeft het niet opgenomen.

 

Wat hierbij opvalt is ok het gebruik van de tegenwoordige tijd in plaats van de verleden tijd (in den beginne was het woord en het woord was bij God). Dat geeft een heel andere dimensie aan de tekst, die daardoor op mij veel indringender overkomt.

 Kortom, ik vind het prachtig! Ik zal hier zeker veel vaker uit mijzelf naar grijpen dan naar de officiële vertaling, gewoon om een stukje te lezen en te kijken wat hij er van heeft gemaakt en wat er dan dus werkelijk staat. Want allerlei oude vertaalfouten zijn er natuurlijk uitgehaald (Eva komt niet meer uit een rib, maar uit de zijde van Adam, en zo zijn er nog vele ander voorbeelden).

Aan het eind van het boek worden toelichtingen gegeven op de manier van vertalen, de wijze van omgaan met zinsbouw, de woordspelingen, de mensen die Oussoren hebben geholpen door mee- te lezen. En er is ook een toelichting op genomen over de illustraties in het boek: afbeeldingen van de gewelfschilderingen in de Grote Kerk van Naarden.

 Reinier Katgert

 

Van Venus tot Madonna, een verborgen geschiedenis.

Auteur: Dr. Annine van der Meer

Uitgave: Synthese  ISBN 90-6271- 94-5

 

Uit de flaptekst:

Het boek is een speurtocht naar een verborgen moederland, een vervlogen tijd waarin moeders en vrouwen nog respect genieten en in harmonie leven. “omdat God als het ware is doodgegaan toen het vrouwelijke del van hem zoekraakt, is er een verharding in de mens ontstaat.” aldus Annine van der Meer.

Aan de hand van archeologie , kunst, mythen en hymnen onderzoekt ze het land waarin iedereen God de Moeder kende toen zijn nog niet zoals in de latere ‘vaderculturen’ was zoekgeraakt. Van moeder wordt God een vader, moederland wordt vaderland; de omslag en de oorzaken hiervan worden op een heldere en meeslepende wijze beschreven. De moeder zelf raakt meer en meer verborgen, want in vaderculturen is zij niet gewenst. “En met haar worden haar hemelse en aardse dochters geestelijk en fysiek gekrenkt, veracht, verkracht , verminkt en vermoord.”.

Toch leven de symbolen van de verborgen moeder verhuld en versluierd voort. In dit boek leer je zeer kennen. Het herkennen van de symbolen van de verborgen moeder (en haar dochters) maken het in de vadercultuur verharde hart weer zacht. De verborgen moeder is niet dood, zij leeft! Lees hoe zij als het ware opnieuw geboren wordt in deze tijd.

 

Het boek van Annine van der Meer is een dik boek, op een paar pagina’s na 500 bladzijden! Maar het leest heerlijk weg, mede ook door de vele illustraties die er in staan. Annine van der Meer is theoloog en godsdiensthistoricus en deed onderzoek naar Sophia in joden- en christendom en islam. Een paar maanden geleden was ze te gast in het zondagochtend-programma “Het Vermoeden” van de IKON , waarin Annemiek Schrijver eens in de 14 dagen praat met mensen die op theologisch/godsdienstig gebied iets bijzonders te melden hebben. (Een bijzonder programma, dat ik iedereen aan kan raden, het is om de week om 11.00 uur op Nld 1 te bekijken!)

In die uitzending was ze met Annemiek Schrijver in gesprek over het nu te bespreken boek, en dat trof mij dusdanig, dat ik het meteen maar besteld heb. En het is de moeite en kosten meer dan waard.

Ze begint haar verhaal bij de duizenden prehistorische vrouwenbeeldjes die in heel de oude wereld gevonden zijn.  Wat ik nog kende van vroeger als de “venus van Willensdorf”, was helemaal geen “venus”, maar een moedergodin en al die beeldjes tezamen geven het beeld dat oorspronkelijk alleen de moedergodin aanbeden werd (er zijn vrijwel geen mannenbeeldjes gevonden). Haar verhaal start op Malta, waar ook heel veel van die beeldjes zijn gevonden, waarvan de mooiste in het museum van Valetta ten toon worden gesteld. Vier jaar gelden was ik op Malta en voor mij was het een feest der herkenning, maar nu ineens in een heel andere context, door de mythen van Malta die Annine er bij vertelt.

Aan de hand van de geschiedenissen van de moedergodinnen van Anatolië, Artemis van Efese, de prehistorische moedergodinnen van Europa, en ook die van Egypte en Mesopotamië gaat ze de geschiedenis van die godinnen na en vertelt ze hoe ze door krijsgoden en dondergoden van indringende volken worden verdrongen zodat uiteindelijk de mannelijke goden de baas worden.

En daar gaat dan een wereld voor je open, want wat wij op school geleerd hebben als zijnde “de Griekse mythologie”  bijvoorbeeld, is niet “de mythologie”, maar een heel late beschrijving van de godenwereld zoals die uiteindelijk door de Grieken is vastgelegd. Maar daaraan vooraf gingen heel andere mythologieën en hiërarchieën van goden, waarin de moedergodin wel degelijk centraal stond. De Olympische Oppergod Zeus blijkt zo niets anders dan een usurpator die zijn moeder (Gaia) en zijn zusters van hun plaats gedrukt heeft. En zo is het in vele andere godsdiensten in het nabije Oosten gegaan: vreemde mannengoden (meestal strijd- en dondergoden zoals bijvoorbeeld Baal) verdrongen langzaam de oorspronkelijke moedergodinnen.

Ook Israël (en daarvóór Kanaän) heeft oorspronkelijk een moedergodin gehad, Asjera, die op één enkele plaats letterlijk als vrouw van JHWH terug gevonden kan worden maar op andere plaatsen via haar symbolen nog terug te vinden is in de Bijbel. Maar ook zij werd verdrongen.

In de gnosis had met name Sophia een heel belangrijke plaats, soms als moeder van God, soms als zijn zuster of als zijn dochter  ( zo ging het vaak in de ontwikkeling: eerst was “de Godin” de moeder van de God, later werd ze zijn vrouw, en nog weer later zijn dochter).

 

Je ziet de ontwikkeling ook in de rol van de priesteressen, zij deden eerst de erediensten, waren de geletterden, maar worden met de opkomst van de mannelijke goden verdrongen door de priesters, en uiteindelijke worden ze zelfs onderdrukt: in vele culturen mogen vrouwen uiteindelijk niet meer leren lezen en schrijven en worden wetten uitgevaardigd die vele malen strenger zijn voor vrouwen dan voor mannen. Blijft over als symbool dat de mannelijke priesters veelal hun erediensten verrichten in vrouwenkleren!

 

Aan het eind van het boek gaat de schrijfster uiteraard ook nog in op de rol van Maria in vergelijking met de rol van de oermoeder en op de rol van Maria Magdalena als dochter van Sophia.

 

Kortom een buitengewoon interessant boek dat vol staat met noten die verwijzen naar vindplaatsen en naar verdere verduidelijkingen.Het nieuwe voor mij daaraan was echter dat die noten niet achterin het boek staan, maar apart besteld moeten worden samen met de appendixen met landkaarten van vindplaatsen, de geraadpleegde literatuur en de index op het boek. Samen blijken dat 200 pagina’s A-4 te zijn, dus als ze dat hadden moeten opnemen in het boek zelf, dan was dat nog eens 300 pagina’s dikker geworden en navenant duurder. Nu moet je voor het noten- en ander bijgevoegd materiaal nog eens 20 Euro bijbetalen, maar dat had ik er graag voor over.

 

Reinier Katgert

 

Titel: De vrouw die Jezus liefhad.

Auteur: Jacob Slavenburg

Uitg. Walburg Pers, 160 pag. ISBN 90 5730 396 5

 

Uit de flaptekst:

Maria Magdalena was geen prostituee. Integendeel, ze was een ingewijde, een ‘vrouw die het Al kent’, zoals pas ontdekte bronnen over haar verhalen. Ze onderwee als apostola apostolorum (apostel der apostelen) de mannelijke apostelen, haar broeders. En ze was de geliefde van Jezus. Veel is er over haar geromantiseerd. In de Bijbel is ze bijkans weggeschreven en in de kerkelijke traditie tot zondares gemaakt. Recentelijk ontdekte bronnen geven een totaal ander beeld.  In dit boek laat Jacob Slavenburg zien dat Maria Magdalena niet de eerste vrouw is in de geschiedenis van het jodendom en christendom die ‘weggeschreven’ is. Het vrouwelijke is lange tijd door veel religies als bedreigend gezien, verdacht gemaakt en weggedrukt.

 In het spoor van de Da Vinci Code van Dan Brown verschijnen er talloze boeken die verder ingaan op de these dat Jezus en Maria Magdalena getrouwd zouden  zijn geweest. In de Volkskrant van 9 juni werden er liefst 3 tegelijk besproken, het bovengemelde boek van Jacob Slavenburg, een boek van Esther de Boer: ‘ de geliefde discipel’ en een boek van Lisette Thooft: ‘Jezus en Maria Magdalena, een mythe van liefde en vrijheid’.

 Vreemd is dat die pas ontdekte bronnen nog steeds de Nag Hammadi teksten blijken te zijn, die inmiddels op een haar na 60 jaar gelden zijn gevonden in Egypte, kennelijk is dat voor het grote publiek nog zo nieuw, dat ze “pas ontdekt” heten.

 Het boek van Slavenbur is een genot om te lezen, vooral omdat hij ook veel (korte) fragmenten van fictie er in citeert, van Marianne Frederikson (Maria Magdalena) tot Margaret Starbir (De vrouw met de albasten kruik).

 Maar bovenal is het boek van Slavenburg toch een getrouwe wetenschappelijke verhandeling over de staat van het onderzoek naar deze fascinerende vrouw. met citaten uit de vroegst geschriften.

 Maria Magdalena, zo wordt overtuigend aangetoond, was hoogstwaarschijnlijk de vrouw van Jezus, en het verhaal over de bruiloft in Kana een verhaal over Jezus eigen trouwerij. (niet voor niets toonde Schalom Ben Chorin als in 1973 overtuigend aan dat een rondreizende rabbi in die tijd onmogelijk niet-getrouwd kon zijn!). Maria Magdalena was waarschijnlijk de enige echte “ingewijde” in de mysterie-godsdienst die Jezus predikte. In die zin sluit Slavenburg ook dicht aan op het door mij eerder besproken boek “de mysterieuze Jezus” van Freke en Gandy, die er van uitgaan dat Jezus’ leer een mysterie-leer is geweest.

 Het boek verhaalt over de “move” van paus Gregorius die in de 7e eeuw verschillende Maria-figuren tot één Maria liet versmelten, waardoor Maria Magdalena ineens een hoer en zondares werd; een  move waar de katholieke kerk pas aan het eind van de vorige eeuw afstand van heeft genomen.

Aan het eind van het boek gaat Slavenburg nader in op het beeld van Maria Magdalena als beeld van de moeder-godin en wijsheids-beeld (Sophia). Daar nadert hij heel nadrukkelijk tot de beschrijving die Anine van der Meer geeft in haar boek “van Venus tot Madonna” van de ontwikkeling van de oer-moeder godinnen uit de prehistorie naar een patriarchale god, met een steeds toenemende ontkenning van het vrouwelijke in de religie. 

Kortom. een voortreffelijk boek, dat uitnodigt tot verder verdieping.

 

Reinier Katgert

 

eerder gepubliceerde recensies: klik hier