Vrijzinnige Geloofsgemeenschap
Hattem

 

Anne van der Meiden viert 80e verjaardag in Hattem

 

 

 Vrijzinnig? Nieuws Diensten Diensten Contact! Recensies Het goede doel Links Terug

 

  

   

  

 

Buitendag

Zaterdag 26 september genoten wij een stralend zonnige buitendag. Het organiserend comité met zolangzamerhand een indrukwekkende staat van dienst had weer een prachtig programma voor ons in petto. De belangstelling voor deze dag was dan ook zo groot dat wie zich niet tijdig aanmeldde geen plek meer vond in de bus. Stipt op tijd vertrokken we om kwart over negen vanaf de Sparrenlaan, gevolgd door een auto met mensen die deze dag toch ook niet wilden missen. Reisdoel het Veenpark in Barger Compascuum. Gelukkig wist de chauffeur waar dat ligt en na een uurtje gezellig kouten in de bus konden we bij aankomst meteen aan de vermaarde koffie met koek.

Na de koffie namen we de trein naar het veendorp Bargermond gebouwd door vrijwilligers. Hier konden we zien hoe Lieske en Geert ruim honderd jaar geleden leefden. De school waar ze naar toe gingen, de plaggenhut waar ze woonden en ook het nieuwe huisje waar ze in konden toen hun vader en moeder een nieuwe veenbaas kregen. Omdat de lonen van de veenarbeiders te laag waren om van te leven was kinderarbeid een bittere noodzaak. Lieskes moeder moest evenals haar oudste broer in de turf gaan helpen en ook Lieske kon de school vergeten. Zij kreeg al heel jong de zorg voor haar kleine broertjes en zusjes.

Onze gids wist uit eigen ervaring bevlogen te vertellen over zijn jeugd in het veen.

Hoe men naar de kerk ging in een Duits dorpje twee kilometer verderop. Wanneer het regende waren de paden zompig en slecht begaanbaar. Dus ging men op klompen of laarzen ter kerke, met de schoenen in de tas. Waar de weg weer verhard was, werden klompen en laarzen ter plekke achter gelaten en verwisseld voor het Zondagse schoeisel. De bevolking hier was overwegend katholiek. Als er een kleine werd geboren moest dit kind gedoopt worden in Nederland om de Nederlandse nationaliteit te krijgen. En dus was een kerkgang naar de dichtstbijzijnde RK kerk acht kilometer verderop hiervoor nodig. Te voet met een pas geborene moest die afstand worden afgelegd. Zoet houden deed men het kind met een tod gedrenkt in jenever en suiker. Wellicht stamt van dit gebruik het gezegde: ‘Uit jenever, turf en achterdocht, heeft God de Drent gewrocht’.

Dat in deze barre omstandigheden in drank vaak troost werd gezocht daarvan getuigen deze regels uit een gedichtje in het plaatselijk café. 

 

`Wie mocht tobben of treuren, of reeds was gezwicht
Zoekt troost bij Jan Berend want daar brand het licht’.

 

De schoolmeester maakte wel zich ernstige zorgen over het drankgebruik getuige zijn wandtekst:

“De drank verslindt, wat den arbeid wint” en “De mensch is te goed voor den drank”.

Om de mobiliteit van de groep niet al teveel op de proef te stellen reden we per trein terug naar het restaurant voor de lunch. Die middag kon ieder naar eigen believen invullen. Velen van ons zijn toen ook nog in de veentrein gestapt die ons piepend en knarsend naar het hoogveengebied heeft gebracht. Daar konden we ter plaatse zien hoe het turf graven in zijn werk ging.

We waren nog lang niet uitgekeken toen de bus alweer klaarstond om ons huiswaarts te brengen. Het was een geslaagde dag die ons weer eens liet zien hoe bevoorrecht wij vandaag mogen leven vergeleken met de mensen van nog maar 100 jaar geleden. Hulde aan de organisatoren van deze dag, en wel in het bijzonder aan Carola en Danielle.

 Bas/Berthe Dane

 


Verslag lezing Ds. Klaas Hendrikse “Geloven in een God die niet bestaat”

Op dinsdag 29 september jl. sprak de atheïstische dominee Hendrikse In Hattem in de Notenhof voor ruim 100 aanwezigen over zijn opvattingen en hoe hij daartoe kwam. Dat gebeurde op een ontspannen en gesprekachtige manier. Hij groeide op in een atheïstisch gezin, maar bleef geboeid door de vraag waarom er dan toch zoveel gelovigen zijn die daar ook baat bij hebben. Zo ging hij na een periode in het bedrijfsleven toch als atheïst theologie studeren en hij werd zelfs predikant. Vooral omdat hij besefte dat er naast de orthodoxe gelovigen (20 % van de Nederlanders) en de niet- gelovigen (ook 20 %) veel mensen zijn die het niet (meer) weten of geloven dat er “iets” is (60 %). Voor hen kan hij misschien iets betekenen ook door te rammelen aan de kerkordelijke poorten van de kerk.

 Maar: een atheïstische dominee? Hoe kan dat? Verhelderend is zijn omschrijving van theïsme –atheïsme: Jan gelooft in God, de Almachtige, Algoede enz. Hij is theïst. Piet gelooft niet in de God van Jan. Hij is atheïst. Kees gelooft helemaal niet in welke God dan ook. Hij is godloochenaar. Klaas (Hendrikse) gelooft wel in God maar niet in die van Jan. Hij is dus atheïst en hij gelooft in God. Maar de volgende vraag dient zich al aan: Geloven in een God die niet bestaat? Hendrikse legt uit: God bestaat niet, God gebeurt. En als toehoorder denk ik: misschien moet je het vergelijken met zoiets als een feest. Ook een feest bestaat niet ergens als een ding, het is een gebeuren onder mensen.

 Hendrikse gaat verder: Iets wat gebeurt kan jou raken, het wordt een ervaring. Het doet je iets en je doet er iets mee. Zo volgt de omschrijving: “Geloven is het vermogen om van een gebeurtenis een ervaring te maken en daarop te vertrouwen”. De bijbel verhaalt over Mozes, die in de woestijn een bijzonder verschijnsel ziet, een brandende braamstruik die niet verteert. Het zet hem aan het denken. Een stem geeft hem een bijzondere taak: leid het volk Israël uit Egypte naar het beloofde land Palestina. Bij wie hoort die stem? Welke van de vele goden die toen aan het leven gekoppeld werden? Een naam: “Ik zal er zijn”. Hendrikse vertaalt: “Ga maar, dan ga ik met je mee”. Er kan, er gaat iets gebeuren. Geen bovennatuurlijke verplaatsing van een heel volk. Nee, mensen moeten zelf in beweging komen, moeizaam maar het gebeurt. Heel bijzonder. Daarom zeggen mensen God gebeurt.

 Moet dat erbij, dat God gebeurt? Nee, het hoeft niet. Er zijn bijvoorbeeld mensen die bij iets goeds zeggen: “Ik ben God dankbaar”, anderen zeggen: “Ik ben een dankbaar mens”. Het gaat om de dankbaarheid. Zo heeft ieder mens een eigen rugzak, vol ervaringen, in de jeugd door anderen erin gestopt, later komt er steeds iets bij. Verzamelde levenservaring waar mensen kracht uit putten voor onderweg. Bij velen zit in die rugzak ook God waaraan vertrouwen ontleend wordt en wat je in beweging zet. Dat vertrouwen in het leven en in mensen maakt kwetsbaar, vraagt overgave (vergelijk de Islam; het woord betekent letterlijk overgave). Voor mensen is het belangrijk hun volwassen afhankelijkheid te beseffen tegenover het in deze tijd gangbare onvolwassen onafhankelijkheid met de illusie dat het hele leven maakbaar is.

Voor de pauze eindigt Hendrikse met een citaat van André Zegveld:

 

“Zelfs als de liefde niet bestaat

zelfs dus als het bestaan van liefde een illusie is

dan is het nog geen illusie om lief te hebben”

 

En dan komen de vragen uit de zaal: Een greep:

-  Hoe gaat het met het kerkelijk proces?

De classis moest wel in actie komen nu de kerkenraad onder de gestelde voorwaarden niet wil. Goed dat het gebeurt. Het wordt tijd dat er anders met de kerkordelijke dogma’s wordt omgegaan.

-  Wat blijft er over van het gebed?

Een citaat van de schrijver Thomèse: “Gebed is taal die thuis blijft”. Taal die terugkeert. Hendrikse hecht niet aan het gebed. Wel aan het Onze Vader al is dat niet consequent . Maar het zit in zijn rugzak.

-  En het hiernamaals?

“Daar heb ik geen behoefte aan. Ook in het Oude Testament was er oorspronkelijke geen geloof in een leven na de dood”.

Niet alle vragen konden aan de orde komen in deze boeiende en verhelderende avond.

  


Verslag bijeenkomst zondag 18 oktober 2009 Hattem

Delen van Inzichten en Brood en Wijn

De inzichten zijn het resultaat van een zogenaamd “heioverleg” van bestuur en predikant van de vrijzinnige geloofsgemeenschap NPB in Hattem. Zo ontstonden 7 “stellingen” beter “inzichten” die deze zondag voorgelegd werden aan de leden van de geloofsgemeenschap. Ter wille van de discussie werd gestemd met groene (voor de stelling) en rode (tegen) kaarten, bewust geen oranje (geen mening). Deze keuzes hadden betrekking op wat meer confronterende stellingen bij de meer evenwichtig geformuleerde inzichten. De inzichten staan vetgedrukt, de stellingen gewoon.

Verreweg de meeste aanwezigen (er waren er 30) stemden voor de stellingen, maximaal 5 rode kaarten werden opgestoken.

 

1.     Over geloven als zoektocht:

Geloof is geen vaststaande overtuiging maar een zoektocht naar zin en betekenis met steeds nieuwe vormen en inzichten. Richting gevende woorden daarbij zijn: vertrouwen, verlangen, verzet, vergeving, mededogen, hoop, zorg (voor mens en wereld), duurzaamheid, geborgenheid en uitdaging, afhankelijkheid en verantwoordelijkheid

Stelling: God bestaat niet, God gebeurt

Commentaar:

o    Zeker, God gebeurt, maar wie ben ik om te zeggen God bestaat niet.

 

 2.   Over de geloofsgemeenschap:

De geloofsgemeenschap wil een gastvrij onderkomen zijn voor iedere zinzoeker, een herberg waar levensvragen aan de orde komen, waar ontmoeting belangrijk is, waar mensen aandacht en zorg hebben voor elkaar en voor anderen.

Stelling: Beter een gemeenschap dan een boodschap

Commentaar:

o    Een gemeenschap kan ook ontaarden in een sekte

o    Een gemeenschap leidt vanzelf tot een boodschap

o    Er moet wel leiding zijn en dat heeft met een boodschap te maken

o    Een boodschap kan ten koste gaan van diversiteit

o    De boodschap is wat je beleeft

o    Van een goede gemeenschap gaat altijd een boodschap uit, naar binnen bij jezelf en naar buiten naar anderen

o    Het hebben van een boodschap betekent niet dat je aan zending doet (opleggen van de boodschap)

 

3. Over bronnen van geloof:

Religieuze bronnen zijn de bijbel, de christelijke traditie, humanisme, elementen van andere godsdiensten, kunst en wetenschap, levensverhalen

Stelling: Religieuze bronnen zoals de bijbel verdienen aandacht én kritiek Commentaar:

o    Kritiek hoeft niet als je de context betrekt bij wat je leest

o    In het inzicht lijkt het te gaan om de hele bijbel en slechts om elementen van andere godsdiensten. Dat is te eenzijdig

 

4. Over geloofsbeleving:

Geloven is ook beleven: intens ervaren van het onzegbare, van het heilige binnen ons, om ons heen en boven ons uit, van het geheim van het bestaan, van verhelderende woorden, beelden en verhalen, van harmonie tussen hoofd en hart, van rustgevende klanken, stilte en leegte, van eenheid en heelheid, van schoonheid en troost, van warmte en liefde in een gemeenschap van mensen.

Dit is het scharnierpunt van het praatpapier, de kern, de beleving.

Hier wordt dan ook brood en wijn gedeeld, teken van verbondenheid met elkaar.

Het gesprek over het delen van inzichten gaat verder:

Stelling: Geloofsbeleving is bestaansbeleving

Commentaar:

Het vierde inzicht is de essentie, is wat blijft hangen

o    De bedoeling van de stelling is toch niet dat je kunt bestaan als je gelooft? Nee, zeker niet

o    Geloofsbeleving en bestaansbeleving vallen vaak samen

o    Bij bestaan denken we niet alleen aan het lichamelijke, ook aan het geestelijke, het denken, het voelen: lichaam en geest gaan samen

o    Je bent in je dagelijkse bestaan niet altijd met geloof bezig

o    Geloof moet niet losstaan van het bestaan

o    Geloofsbeleving kan je ook uittillen boven het bestaan. Dat kan bijvoorbeeld ook betekenen dat bij alle negatieve beelden en gebeurtenissen het vertrouwen blijft dat het toch goed komt

o    Geloofsbeleving is heel persoonlijk: dieptepsychologisch

 

5. Over mens en wereld:

Ons verlangen gaat uit naar een humane samenleving waar mensenrechten gelden en waar verantwoordelijkheid wordt genomen voor een duurzame omgang met de aarde.          

Stelling: Niet het bovennatuurlijke is heilig, maar de zorg voor mens en wereld

Commentaar:

o    Wat betekent heilig? In de christelijke traditie betekent heilig “apart gezet”, zoals de zondag apart gezet wordt om na te denken: “Waarom zijn we hier”.

o    Heilig is toch ook respect hebben voor het hogere. En dat is meer dan apart zetten

o    De stelling gaat teveel uit van dualiteit, van scheiding. Het gaat om het verbonden zijn van en met alles. Wat er staat is te mager

 

6. Over pluriformiteit:

Verschillen in opvatting van mensen met verschillende al dan niet kerkelijke achtergronden zijn niet bedreigend maar verrijkend; ze vragen om verdraagzaamheid, respect en kritische vragen

Stelling: Pluriformiteit is een zegen

Commentaar:

o    Pluriformiteit vereist respect over en weer. Binnen het christendom ontbreekt dat nog al eens. Soms is men zo bikkelhard dat pluriformiteit geen zegen meer is

o    Pluriformiteit is ook een lastige zegen. Verschillen tussen mensen leiden tot conflicten, slecht nieuws. Maar bedenk: Zolang het negatieve nieuws is, is het positieve kennelijk vanzelfsprekend

 

7. Over vormen en variatie:

In diensten en activiteiten streven we naar diversiteit van voorgangers en inleiders, met variatie in vormgeving en onderwerpen met behoud van aansprekende rituelen

Stelling: In diensten is verrassende variatie naar vorm en inhoud belangrijker dan een vertrouwd patroon en een vaste overtuiging

 Commentaar:

o    Een zekere voorspelbaarheid in de opzet van een dienst is goed evenals variatie in inhoud

o    Een dienst moet niet alleen maar een humaan gebeuren zijn

o    Rituelen kunnen houvast geven

o    Beide zijn nodig